Menu
Inloggen

One hundred and eighty! Het is het hoogst haalbare als je gaat darten: drie pijlen in het smalle vakje in het midden tussen de 20 en de roos gooien, en dus de maximale score van 180 punten in één beurt behalen.

Goed kunnen rekenen

Bij de bekendste vorm van darten beginnen jij en je tegenstander elk met 501 punten, die je moet wegspelen door om de beurt drie pijltjes op het dartbord te gooien. Er is geen marge: je moet precies op 0 uitkomen en de laatste pijl moet altijd een dubbel zijn, dus in de buitenste ring of in de roos belanden. Behalve techniek moet je dus ook goed kunnen rekenen. Een pijl in de buitenste smalle rand op het dartbord is dubbele punten waard, een pijl in het smalle vakje in het midden driedubbele punten. Een voltreffer in de roos (in dartstermen de bull) levert 50 punten op, een pijl in de groene ring daaromheen (de single bull) 25 punten.

Wie als eerste op 0 punten uitkomt, wint de game of leg. Wie als eerste drie legs wint, schrijft de set op zijn naam. Je spreekt van tevoren met elkaar af hoeveel sets je speelt. Bij een best-of-5-sets ben je de winnaar als je als eerste drie sets wint.

Vaak partijen spelen

Je leert veel van het darten van partijen in competitie- of toernooiverband. Je bouwt dan namelijk routine op. Vooral partijen darten tegen sterkere tegenstanders komt je eigen spel ten goede, omdat je dan veel meer gedwongen wordt om beter te gooien. Enkele tips om beter te worden:

  • Zorg voor afwisseling: probeer niet alleen maar de triple 20 te raken, maar varieer.
  • Houd plezier: lukt het even niet, stop dan en probeer het later opnieuw.
  • Sport doelgericht: schrijf goede prestaties op. Je motiveert jezelf daarmee om die prestatie te verbeteren.
  • Speel regelmatig: beter elke dag een kwartier darten dan één keer per week drie uur.

Op de website van de NDB vind je leuke spelletjes die je in je eentje of met een groep kunt doen om een betere darter te worden.

Meer weten?

In de rechterkolom vind je een vereniging bij jou in de buurt waar je kunt darten.

 

Foto: Flickr CC / Mike Behnken