1. Snelle sluitertijd

Als je foto’s gaat maken van een schaak- of damwedstrijd heb je natuurlijk alle tijd, maar meestal ligt de snelheid bij het sporten hoger. Bijvoorbeeld als je een mooie finishfoto wilt maken van iemand die meedoet aan een hardloopwedstrijd. Zorg daarom dat je een snelle sluitertijd gebruikt waarmee je de actie goed bevriest. 1/800 of 1/1000 zijn voorbeelden van snelle sluitertijden.

2. Zittend foto’s maken

Een laag standpunt levert bij veel sporten mooie foto’s op. Ze worden dramatischer en je legt gezichtsuitdrukkingen makkelijker vast. Ga bijvoorbeeld op je hurken zitten of neem iets mee waar je op kunt zitten.

3. Lange zoomlens

Hoe langer de zoomlens, hoe beter het is voor het maken van mooie sportfoto’s. 300 tot 400 millimeter is ideaal, maar 200 millimeter heb je in elk geval nodig. Zo kun je echt inzoomen op een actie, ook als je bijvoorbeeld aan de overkant van het veld zit.

4. Kies een hoge ISO

Hier wordt het een beetje technisch, maar het is goed om te kijken of jouw camera hogere ISO-waardes aankan. Ook die helpt je om de sluitertijd korter te maken. Dit is zeker belangrijk als je ’s avonds sportfoto’s gaat maken of als je binnen zit, bijvoorbeeld bij een volleybal- of handbalwedstrijd. Kan jouw camera hogere ISO-waardes niet aan, dan zal dat voor ruis over je foto’s zorgen, die je er ook tijdens het nabewerken niet zo makkelijk meer uit krijgt.

5. Continue autofocus

Zeker in een sport met veel acties en veel mensen op het veld, zoals voetbal of hockey, is het belangrijk om de continue autofocus te gebruiken. Doe je dat niet, dan moet je je camera steeds opnieuw laten focussen en ga je heel wat mooie shots missen. Zet je autofocus ook op één focuspunt in plaats van op alle punten, anders stel je misschien per ongeluk scherp op de verkeerde speler.

6. De burst mode

Nog een technische tip: zet je camera in de burst mode. Dat zorgt ervoor dat je heel veel foto’s kunt maken, afhankelijk van je toestel kun je wel zes tot acht beelden per seconde maken. Zo maak je de kans groter dat je net dat ene mooie moment goed vastlegt. 

7. Bereid je voor

Als je de sport die je fotografeert goed kent kun je mooiere foto’s maken. Je weet waar in de zaal of langs het parcours je het beste kunt gaan staan of zitten en je weet wat de sporter die jij vastlegt gaat doen. Zo weet je bijvoorbeeld dat je bij een hardloopwedstrijd wat meer tijd hebt dan bij een wielerwedstrijd om een mooi shot te maken.

8. Zoom niet te ver in

Je wilt een moment misschien zo close-up mogelijk vastleggen, maar kijk wel uit dat je niet te ver inzoomt. Het kan dan zomaar gebeuren dat je net een stukje hand of voet mist van de sporter die je op de foto zet. Je kunt dan beter wat meer van de omgeving vastleggen, later kun je immers altijd nog inzoomen met een fotobewerkingsprogramma.

9. Niet terugkijken tijdens de wedstrijd

Het is verleidelijk om tussendoor even te checken of de foto’s die je gemaakt hebt mooi geworden zijn, maar dat kun je beter niet doen. Terwijl je terugkijkt heb je immers je ogen niet op de sport gericht en kan het zomaar zijn dat je een mooi plaatje mist. Als je foto’s maakt bij een sport met pauzes tussendoor, zoals volleybal, voetbal of handbal, kan dit natuurlijk wel. Check dan gelijk even of de belichting nog steeds goed is.

10. Vergeet de emotie niet!

Sportfoto’s maken gaat om meer dan de actie zo goed mogelijk vastleggen. Ook tranen van geluk van iemand die net een persoonlijke mijlpaal heeft bereikt zijn prachtig om te fotograferen. Vergeet dat soort emoties niet!


Bron: Photofacts.nl

Foto: Maxim Petrichuk / Shutterstock.com

  • Datum: 12-08-2016
#Tipsenadvies

Lees ook