Padel kent zijn oorsprong buiten Europa. Het begon allemaal met de Mexicaanse zakenman Enrique Corcuera. Die had weliswaar geld genoeg voor een tennisbaan in zijn achtertuin in Acapulco, maar lang niet voldoende ruimte. Als alternatief liet hij een baan aanleggen van tien bij twintig meter, met drie tot vier meter hoge muren eromheen. Hij plaatste wel een net in het midden, handhaafde de puntentelling die in tennis gebruikelijk is, maar bedacht dat het wellicht minder verstandig zou zijn om met traditionele tennisrackets te spelen op het kleine veldje. Een kleiner houten racket (tegenwoordig van grafiet, carbon of fiber) moest uitkomst bieden. Het bleek een gouden vondst, die al snel navolging kreeg bij vrienden en bekenden van de rijke ondernemer. Vanuit Mexico verspreidde de sport zich richting Spanje en Argentinië.

Met name in de omgeving van het Spaanse Marbella, waar in 1974 de eerste Europese club werd opgericht, kende de sport een snelle opmars. Aanvankelijk was het ook daar vooral een spel voor de elite. Zo was de Spaanse koning Juan Carlos een fervent padelliefhebber. Zijn nadrukkelijke voorkeur voor de sport droeg veel bij aan de promotie ervan. Vandaag de dag is het een sport van het volk, gelijk het voetbal.

Beste van twee werelden

Zo’n acht jaar geleden maakte Nederland kennis met padel. Padel verenigt het beste van twee werelden: het is een mix van tennis en squash. De muur geeft je een extra kans om te scoren, en om de bal in het spel te houden. Rally’s duren doorgaans veel langer dan op de tennisbaan. En het mooie is: je hebt het spel een stuk sneller onder de knie.

Padel speel je twee tegen twee. De padelbaan – vaak een buitenbaan – is ommuurd door deels hekwerk en deels een muur met een glad oppervlak, met in het midden een net. De padelbaan is een stuk kleiner dan een tennisbaan en meet, nog altijd naar Mexicaans voorbeeld, twintig bij tien meter.

In het spel mag de bal ook via de wand worden gespeeld. Het scoreverloop is gelijk aan dat bij tennis, opslaan gebeurt verplicht onderhands. Het racket dat voor padel wordt gebruikt, lijkt overigens niet op een tennis- of squashracket: een padelracket is van grafiet en onbesnaard, dik en heeft gaten.

Iets voor jou?

Padel is gemakkelijk om te leren: de positionering van het racket ten opzichte van de bal luistert minder nauw dan bij besnaarde rackets, de opslag is altijd onderhands en de bal blijft langer en makkelijker in het spel omdat er een muur om de baan heen staat.

Of je nu 7 bent of 77, padel is geschikt voor alle leeftijden. Iedereen kan het op zijn eigen niveau spelen. En wat het nog eens extra leuk maakt: je speelt het niet alleen! Padel is echt een teamsport. Je leert dus hoe dan ook mensen kennen op de baan. Maar je kunt natuurlijk ook samen met een vriend of vriendin beginnen aan een padelavontuur.

Als dat nog niet genoeg redenen zijn om het eens te proberen, laat je dan overtuigen door dit laatste argument: padel is een superspectaculaire sport. Het is snel, er is veel actie, de bal blijft lang in het spel en tactiek is van belang.

undefined

Competitie van start

Het aantal locaties waar je padel kunt spelen, is de laatste tien jaar explosief toegenomen: van acht plekken eind 2014 tot meer dan 25 locaties op dit moment. De verwachting is dat dit de komende jaren jaarlijks zal verdubbelen.

In september en oktober van dit jaar zal de eerste officiële Nederlandse padelcompetitie, georganiseerd door de Nederlandse Padelbond en de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond, worden gespeeld. Er valt dus echt iets te bereiken voor sporters met ambitie. Hoog tijd om het ook eens te proberen!

 

Bronnen: Centrecourt.nl, Sportenstrategie.nl en Padelbond.nl

Foto’s: KNLTB

  • Datum: 01-07-2016
#Bewegen #Tennis #Innovatie #Samensporten

Lees ook