undefined

Op de foto: Dorine Dokter

“Vanaf mijn kindertijd danste ik vooral”, vertelt Dorine. “Ik was nooit een echte sporter: zwemmen vond ik te koud, fietsen stom, want altijd tegenwind naar school, en voetballen te wild, maar paardrijden vond ik wel super om te doen: hard gaan met de wind door je haren.”

Echte lichaamsbeweging

Vanaf het einde van haar pubertijd kwamen er andere activiteiten voor het sporten in de plaats. Dorine: “Vooral veel en hard werken, studeren en reizen. Nadat ik moeder van drie kinderen was geworden dacht ik dat het misschien met het vorderen van mijn leeftijd niet verkeerd zou zijn om wat échte lichaamsbeweging te krijgen.”

Niet achterblijven

Dorine koos voor hardlopen, want dat was het makkelijkste in te passen in haar drukke leven, met een gezin en een eigen praktijk als rouwbegeleider, BuroTROOST. “Ik ging op hardlooples en op karakter heb ik het groepseinddoel gehaald. Maar wat kostte het me veel moeite. Ik raakte buiten adem, zweette niet normaal veel, alles voelde zwaar aan, ik had een hartslag waar je u tegen zegt. Maar ja, iedereen boekte vooruitgang, dus ik wilde zeker niet achterblijven. Maar mijn tong hing altijd op mijn tenen. Ik kon wel janken.”

Fors hartinfarct

“Niet zo vreemd achteraf’, vervolgt Dorine, “want een klein jaar na de start van deze hardloopcursus kreeg ik een fors hartinfarct waarna de pompfunctie van mijn hart op minder dan dertig procent is blijven steken. Het kan bijna niet anders dan dat er zich van binnen al van alles af heeft gespeeld waardoor het hardlopen zo zwaar was.”

Langzaam

“Na mijn eerste hartinfarct was het starten bij de hartrevalidatie best spannend. Ik had een conditie van -10, weinig vertrouwen in het herkennen van de signalen van mijn lichaam en was zelf emotioneel best wabberig, omdat ik er bijna niet meer was geweest. Mijn conditie bouwde ik langzaam maar zeker op, totdat mijn hart wederom stom deed en ik weer in het ziekenhuis belandde.”

Vooruit

Totdat duidelijk was wat er met haar hart aan de hand was mocht Dorine niet meer sporten. Dit heeft bijna drie kwart jaar geduurd. “Uiteindelijk is de oorzaak van mijn hartproblemen niet gevonden en dus ook niet opgelost. Wel heb ik een S-ICD geimplanteerd gekregen om ervoor te zorgen dat mijn hart een opdonder krijgt als het ermee stopt. Hierna mocht ik weer beginnen met revalideren. Dit keer was het niet meer zo spannend, mijn lijf werkte mee en mijn conditie ging zienderogen vooruit.”

Trots

“Sinds een kleine twee maanden doe ik begeleide fitness, een beetje kracht, wat van die loopapparaten, enzovoort. Sporten is nog steeds niet mijn hobby, maar ik moet mijn lichaam versterken. Wanneer de rest van mijn lijf sterker is, hoeft mijn hart minder hard te werken, zeggen ze. Natuurlijk ben ik trots wanneer ik twintig minuten achter elkaar op zo’n crossapparaat kan: standje één, maar toch. Of wanneer ik zonder naar adem te happen kan steppen en zes minuten op mijn snelst achter elkaar op de loopband kan.”

Tot de grens

“Echt leuk vind ik het sporten eigenlijk nog steeds niet. Op de een of andere manier maak ik nog niet voldoende dopamine aan, denk ik. Ik sleep me erheen, maar als ik eenmaal aan de gang ben, vind ik het ook niet echt vervelend en doe ik het nog best met plezier. Ik ben dan ook zeer fanatiek, ga echt wel tot mijn door de cardioapparaten opgegeven grens qua hartslagen per minuut. Maar liever ging ik een boek lezen of een kop koffie met een vriendinnetje drinken.”

Cadeau

“Ik ben echt ontzettend blij dat mijn conditie is verbeterd en dat ik gewoon de kinderen op de fiets naar school kan brengen of lekker een stuk kan wandelen zonder ieder bankje te hoeven pakken om uit te rusten, of dat ik de trap op kan lopen met mijn handen vol. Het zijn voor mij echt die zo vanzelfsprekende dingen die ik niet meer kon en nu wel, die het cadeau van het sporten zijn.”

Foto header: Shutterstock

  • Datum: 16-04-2016
#Kijkiksport #Aandoeningen #Gezondheid

Lees ook