Als je veel uitdagende en complexe sportieve activiteiten uitvoert, word je niet alleen fysiek fitter, het verbetert ook je cognitieve prestaties: prestaties die te maken hebben met het opnemen en verwerken van nieuwe informatie. “Bewegen is goed voor de hersenontwikkeling van kinderen. Maar wat moet je dan precies doen, en hoe werkt dat dan? En speelt fitheid daarbij nog een rol?”, vertelt Anneke over de vragen die ze had voor haar promotieonderzoek.

Strategie toepassen

“Er waren al enkele studies gedaan waaruit bleek dat kinderen die fitter zijn, beter presteren op cognitieve testen”, vertelt Anneke. “Dat gold vooral voor testen die executieve functies meten. Die zijn van belang voor het controleren en organiseren van doelgericht gedrag. Je bent dan bijvoorbeeld in staat om niet-belangrijke prikkels te onderdrukken, je aandacht snel te verleggen of een strategie toe te passen. De executieve functies ontwikkelen zich tijdens de kindertijd, en juist daarom is het interessant om te onderzoeken wat deze ontwikkeling kan beïnvloeden.”

Fitheid

Er zijn eerder ook al een paar studies gedaan waarin kinderen een beweeginterventie hebben gevolgd waarbij vooral het uithoudingsvermogen (de aerobe fitheid) werd getraind. “Het idee was dat kinderen door veranderingen in de hersenen betere executieve functies krijgen als ze fitter worden”, legt Anneke uit. “In mijn studie hebben we echter ook complexe activiteiten toegevoegd. We denken namelijk dat fitheid wel belangrijk is, maar dat ook complexe activiteiten de executieve functies kunnen stimuleren.”

Snel schakelen

Je kunt dan denken aan complexe spelvormen waarbij de situatie wat onvoorspelbaar en wisselend van karakter is. “Dit vraagt dat kinderen snel moeten schakelen, de situatie moeten overzien, een plan moeten toepassen. Dat doet een direct beroep op de executieve functies. Deze activiteiten hoeven dus niet heel intensief te zijn, maar wel uitdagend. Veel teamspellen en sporten hebben dit al in zich.”

Hindernissen

Een balsport bijvoorbeeld is heel wisselend en soms onvoorspelbaar. “Een kind moet dan constant schakelen. Of activiteiten die wisselen door een signaal van de gymleerkracht, of het cijfer op de dobbelsteen”, geeft Anneke nog een paar voorbeelden. “Maar ook heen en weer rennen met hindernissen doet een beroep op de cognitie van kinderen: bij de hoepels moeten ze zus, bij de bank moeten ze zo, enzovoort. Variatie en enige mate van complexiteit, dáár gaat het om. Voor kinderen is dat bovendien veel leuker dan rondjes rennen om die fitheid maar te verhogen. Maar dat terzijde.”

Meer weten?

Wil je meer weten over het promotieonderzoek van Anneke van der Niet. Meer info vind je op de site van de Rijksuniversiteit Groningen.

Foto: Shutterstock

  • Datum: 23-09-2015
#Kinderen

Lees ook