Van nature zit er helemaal niet zo veel zout in het eten. Maar liefst 80 procent van het zout dat wij innemen, is al aanwezig in de voedingsproducten die wij aanschaffen in winkels en horecagelegenheden. De overige 20 procent voegen we toe tijdens het koken of aan tafel. 

Iets meer dan een snufje

Fabrikanten hebben verschillende redenen om zout toe te voegen. Meestal doen zij dit om hun producten op smaak te brengen. Het toevoegen van zout kan daarnaast de houdbaarheid van een product verlengen. Ook kan het nodig zijn bij de bereiding, zoals bij vleeswaren, vis, kaas en gefermenteerde groenten zoals zuurkool. Daarnaast zorgt het toevoegen van zout bij sommige producten voor de juiste structuur, zoals geldt voor brood, kaas en sommige vleesproducten.

Nederlandse voedingsmiddelen die voor het grootste deel van onze zoutconsumptie zorgen, zijn brood, vleesproducten en kaas. Kant-en-klaarmaaltijden, pizza’s, soepen, sauzen en hartige snacks zijn ook bekende bronnen van zout. Veelal is er echter sprake van verborgen zout: ook aan ijs, koekjes en gebak wordt zout toegevoegd.

Hoge bloeddruk

Krijg je te veel zout binnen, dan neemt de kans toe dat je te maken krijgt met een verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten. Je nieren krijgen het zwaar te verduren en moeten aan de bak om ervoor te zorgen dat het zout je lichaam weer verlaat in de vorm van urine. Om die reden doen vooral ouderen er verstandig aan matig te zijn met zout en voldoende te drinken. Als je ouder wordt, werken je nieren namelijk minder goed.

Volgens de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit krijgt een volwassen Nederlander per dag gemiddeld ongeveer 9 gram zout binnen, maar liefst anderhalf keer zo veel als de hoeveelheid die de Gezondheidsraad als maximum adviseert (namelijk 6 gram per dag). Meer dan 85 procent van de Nederlandse bevolking krijgt meer zout binnen dan deze maximale hoeveelheid.

Stapsgewijs

Er is veel winst te behalen met het terugdringen van de hoeveelheid zout in de producten die in onze boodschappenkar terechtkomen – het eten dat wij kopen is immers goed voor 80 procent van onze zoutinname.

Begin 2014 sloten minister Edith Schippers (Volksgezondheid) en de brancheorganisaties van de voedingsmiddelenindustrie, detailhandel, horeca en catering een akkoord waarin zij overeenkwamen dat ze de gehalten aan zout, vet en suiker in Nederlandse voedingsmiddelen stapsgewijs zouden verlagen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) onderzocht naar aanleiding hiervan onlangs het zoutgehalte in Nederlandse voedingswaren. Hieruit blijkt dat er in vergelijking met een eerder meetmoment, in 2011, steeds minder zout zit in steeds meer Nederlandse voedingsmiddelen. En dat is goed nieuws!

Brood, daar zit wat in

Zo is het zoutgehalte in brood nu maar liefst 21 procent lager dan in 2011. Veel mensen in Nederland eten dagelijks een aanzienlijke hoeveelheid brood. De daling van het zoutgehalte in brood is dan ook als een slok op een borrel: vooral dit product draagt eraan bij dat mensen dagelijks minder zout binnenkrijgen.

In kaas is het zoutgehalte met circa 11 procent afgenomen ten opzichte van het gehalte in 2011. De hoeveelheid zout verschilt echter aanzienlijk per soort kaas. In andere voedingsmiddelen, zoals soepen en vleeswaren, bleef het zoutgehalte gelijk, aldus het RIVM.

Weet wat je eet

Of je nu jong bent of oud, dik of dun, man of vrouw, het is voor iedereen goed voor de gezondheid om minder zout te gebruiken. Kijk in de supermarkt dus eerst op het etiket voordat je een product in je mandje legt. Daarop is te zien hoeveel zout (natrium) er in dat product zit.

Zie je alleen de hoeveelheid natrium per 100 gram staan? Dan kun je zelf de hoeveelheid zout berekenen: vermenigvuldig het natriumgehalte met 2,5 en je weet hoeveel zout er per 100 gram in dat voedingsmiddel zit.

Bronnen: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Voedingscentrum en RIVM
Foto: Shutterstock

  • Datum: 26-02-2015
#Voedingsstoffen

Lees ook