Niet alleen onder tennissers is de tenniselleboog een beruchte blessure. Sterker nog: slechts vijf procent van alle patiënten met een tenniselleboog tennist daadwerkelijk. De oorzaak van de blessure is een overbelasting van de strekkers van de pols, onder andere veroorzaakt door iets (zwaars) te tillen. De jaarlijkse incidentie in de huisartsenpraktijk is vier tot zeven gevallen per duizend patiënten, met een piek bij mensen tussen de 35 en 55 jaar. 

Symptomen

Als je een tenniselleboog hebt, kunnen simpele dagelijkse bezigheden als een kopje optillen, handen schudden, afwassen of een deur openen veel pijn doen. De pijn wordt gevoeld bij de knobbel aan de buitenkant van de elleboog en kan uitstralen naar de arm, pols en vingers. Ook kan er sprake zijn van krachtsverlies, vooral bij het vastpakken van voorwerpen. Het is meestal goed mogelijk om op basis van lichamelijk onderzoek de diagnose te stellen, maar in sommige gevallen kan een echografisch onderzoek of MRI-scan helpen om de aard en ernst van de blessure te bepalen. 

Behandeling

De klachten van een tenniselleboog blijf je gedurende enkele maanden voelen. De huisarts zal je dan ook adviseren rustig aan te doen en pijnlijke bewegingen te vermijden. Daarnaast kan hij je adviseren een tenniselleboogbandage om te doen. Mocht rust niet genoeg zijn, dan kan de arts ervoor kiezen pijnmedicatie te geven.

Heeft dit allemaal geen effect? Dan is het nog een mogelijkheid om een injectie met een plaatselijke verdoving en een bijnierschorshormoon te overwegen. Negentig procent van de mensen met een tenniselleboog heeft hier baat bij. Er zitten ook nadelen aan zo’n injectie. Zo kun je de eerste dag na de injectie ergere pijn ervaren en kan je gezicht rood kleuren. 

Herstellen

Dagelijkse rekoefeningen en spierversterkende oefeningen voor de bovenkant van de onderarm en oefeningen voor de knijpkracht bevorderen het herstel. Je kunt bijvoorbeeld met een gewichtje trainen. Neem dat gewichtje in de hand, houd de pols gestrekt en de handrug naar boven. Laat het gewichtje nu langzaam en gecontroleerd zakken. Ondersteun vervolgens het gewichtje met de andere hand en breng het terug naar de uitgangspositie. Voer deze oefening tien tot vijftien keer uit en herhaal de oefening twee tot drie keer.

Voorkomen

Natuurlijk wil je voorkomen dat je nog een keer een tenniselleboog krijgt. Hier is eigenlijk maar één tip voor: zorg voor betere kracht en flexibiliteit van de onderarmspieren door krachtoefeningen uit te voeren.

Ook een vraag?

Heb jij ook een vraag over sport? Mail deze dan naar content@sport.nl.

 

Bron: Babette Pluim en Marc Safran (2009), Ace of Brace? Praktisch handboek over gezond tennissen, Arko Sports Media, Nieuwegein, ISBN 978-90-5472-089-8

Foto: Shutterstock.com

  • Datum: 19-12-2014
#Blessures

Lees ook