Krimp in regio vormt uitdaging voor Zeeuwse sportclubs

Krimp in regio vormt uitdaging voor Zeeuwse sportclubs

Nog niet zo lang geleden constateerde het Mulier Instituut dat ook in regio’s die vergrijsd zijn en waar veel jongeren wegtrekken, sportverenigingen toekomst hebben. Ze kunnen overleven, mits ze een andere rol gaan vervullen in de lokale gemeenschap. Ze moeten na verloop van tijd in maatschappelijke zin breder relevant zijn, meer een ‘open club’ worden en naast sport ook met andere activiteiten tegemoet komen aan specifieke behoeften van de lokale bevolking. En ook meer onderlinge samenwerking is vereist. Die noodzaak is er bijvoorbeeld bij de sportclubs in Zeeland.

Een grotere maatschappelijke rol, dienstbaar aan de mensen die wel in de omgeving wonen, meer samenwerking, het is voor sportclubs in gebieden als Zeeland haast noodzaak om te overleven. In een groeiend aantal krimpregio’s realiseren sportverenigingen zich dat en komen ze in actie, maar bij de Zeeuwse clubs is dat tot op heden best een moeizaam proces geweest. Zo kwam onlangs aan de orde in een artikel in de Zeeuwse Courant.

Inspelen op omgeving

“In sommige krimpregio’s zijn verenigingen heel actief om met elkaar te kunnen blijven sporten. De indruk is wel dat dat in Zeeland minder leeft”, zegt Janine van Kalmthout van het Mulier Instituut in dat artikel. “Het is van belang dat verenigingen zich bewust zijn van hun positie in de krimpregio en daar op inspelen door hun beleid of ambitie aan te passen. Als er veel ouderen in de buurt zijn dan valt het te overwegen om iets voor die doelgroep aan te bieden. Dat gebeurt nu nauwelijks.”

Open club

Het verschilt wel van plek tot plek in Zeeland. Zo hebben in Schouwen-Duiveland de afgelopen jaren al verschillende voetbalclubs de handen ineen geslagen, zoals in Zierikzee (MZC’11) en de Westhoek. En dat zijn ontwikkelingen die het Mulier Instituut op basis van haar onderzoek ook van harte toejuicht. Vergrijzing, ontgroening, krimp, sportclubs moeten de ontwikkelingen volgen en tijdig bedenken hoe ze kunnen inspelen. Dat kan door onderlinge samenwerking, fusie, samenwerking met maatschappelijke instanties, de lokale overheid, noem maar op. En het is dus van belang de behoeften vanuit de bevolking te herkennen. Door dit open club-beleid kan de club bestaansrecht houden.

Van Kalmthout: “In een krimpregio verdwijnen vaak voorzieningen, omdat bewoners wegtrekken, er meer oudere inwoners zijn en er minder jeugd is. Dan ontstaat er een andere behoefte aan voorzieningen, dat geldt ook voor sportverenigingen. Als er minder vrijwilligers zijn die de schouders er onder willen zetten, worden clubs kwetsbaar. In een ‘open-club gedachte’ kijk je meer naar de omgeving en welke mogelijkheden dat biedt voor je vereniging. Dat kan bijdragen aan het versterken van een club.”

Rabobank

De Rabobank heeft als jarenlange sponsor in de sport de behoefte en de noodzaak tot verandering bij sportclubs ook gezien. Daarom kwam de bank eerder dit jaar naar buiten met het plan om via lokale bankfilialen Nederlandse sportclubs te gaan ondersteunen. Met deze Rabobank Verenigingsondersteuning krijgen de clubs ondersteuning van de bank op terreinen als financiën, bestuur, gezondheid en duurzaamheid. In samenwerking met onder meer NOC*NSF wil de Rabobank de Nederlandse sport ook op andere manieren dan alleen het ‘klassieke’ model van geldschieter. Het plan is dus ook heel duidelijk dat sportclubs op lokaal niveau in contact treden met de bank. In zeeland kan dat binnenkort ook. In de eerste helft van 2018 gaan daar de Rabobanken Oosterschelde, Zeeuws Vlaanderen en Walcheren en Noord-Beveland beginnen met actieve ondersteuning van sportverenigingen.

Bestuur
Gemeente
Samenwerking
Sportclubs
Vrijwilligers

Vond je dit artikel nuttig?

Ik kon hier wat mee / dit was niet nuttig (1) (0)