Wandelen in de winter: laagjes, laagjes, laagjes

In de winter kun je het beste kiezen voor meerdere lagen kleding. Op die manier houd je je lichaamswarmte beter vast. Krijg je het te warm, dan trek je gewoon de bovenste laag kleding uit. 

Drielagensysteem

De onderste laag zorgt ervoor dat vocht kan worden afgevoerd en bestaat uit thermische onderkleding. Deze onderkleding is veelal gemaakt van polyester kunstvezels die het vocht niet of nauwelijks vasthouden. Daardoor kan het zweet snel afgevoerd worden en heb je een stuk minder last van een nat en bezweet lichaam. Bij erg koud weer kun je gerust  twee dunne thermoshirts over elkaar dragen. Tussen de lagen vormt zich een laagje warme lucht.

De tweede laag kleding heeft een isolerende werking. Denk aan een bodywarmer, een jack of een trui. Je kunt het beste kiezen voor het materiaal fleece, vanwege het geringe gewicht. De dikte van het materiaal laat je afhangen van de actuele weersomstandigheden: hoe kouder het is, hoe dikker je trui moet zijn. Ook deze laag moet het transpiratievocht kunnen afvoeren.

De bovenste laag heeft een beschermende functie: deze laag moet je beschermen tegen wind en neerslag. Ook voor deze kledinglaag is het van belang dat vocht makkelijk afgevoerd wordt. Er verschillende soorten kleding met een dergelijke beschermende werking te verkrijgen, elk voor een ander type weer:

  • winddicht, ademend en niet-waterdicht: kleding van dit type gebruik je bij guur, droog weer. Er zijn verschillende materiaalsoorten op de markt, zoals lichte, dunne, slijtvaste microvezels (fleece), softshells en winddichte fleece;
  • winddicht, ademend en waterdicht: kleding met deze eigenschappen houdt water tegen en laat zweet verdampen. Dat klinkt goed, maar toch zijn er ook nadelen. Niet alle zweet wordt afgevoerd, dus je ontkomt er niet aan dat je een beetje nat wordt. Is je jack ook nog eens aan de buitenkant nat door neerslag, dan neemt het ademend vermogen af en word je nog natter;
  • winddicht, waterdicht en niet-ademend: eigenlijk is dit echt regenkleding, die je alleen draagt tijdens een flinke regenbui. Zodra het weer droog is, trek je deze niet-ademende kleding natuurlijk zo snel mogelijk weer uit. Je gaat er namelijk heel snel in zweten. Veel wandelaars nemen een regenponcho mee in hun broekzak of rugtas. Zie je een bui aankomen, dan is de poncho zo aangetrokken. Een regenpak beschermt iets beter tegen een kortstondige bui, maar is duurder. Daar komt bij dat het wandelen met een regenbroek door velen als onplezierig wordt ervaren.

Wanneer het droog en niet al te koud is, kun je volstaan met de eerste twee lagen.

Handschoenen en muts

Het is niet nodig om voortdurend handschoenen te dragen bij wat kouder weer. Misschien vind je het in het begin wat fris zonder handschoenen, maar je zult zien, je handen komen vrij snel op temperatuur. En dan is het eigenlijk wel zo fijn om zonder te lopen.

Is het erg koud, dan is een muts geen overbodige luxe. Je verliest immers zo’n veertig procent van je energie via je hoofd!

Tips

  • ga voor vertrek na wat de weersvoorspellingen zijn, zodat je niet voor verrassingen komt te staan;
  • voorkom blessures door je spieren goed warm te laten worden en ook weer te laten afkoelen. In de wintermaanden is dat nog belangrijker dan in de rest van het jaar. Bij extreme kou kun je de warming-up en cooling-down ook binnen doen natuurlijk;
  • houd rekening met de gevoelstemperatuur. Bij een gure wind kan het vele malen kouder aanvoelen dan wat de thermometer aangeeft;
  • bij extreme kou is het aan te raden om je lippen en je gezicht in te vetten met vaseline;
  • laat je wandelschoenen niet op de verwarming drogen, maar doe wat proppen krantenpapier in je schoenen;
  • pas op met gladheid, kies voor wandelschoenen met een goed profiel;
  • zorg dat andere weggebruikers je kunnen zien in de regen en in het donker. Gebruik lampjes of reflecterende kleding of bandjes.

Bron: Stef Blijboom, Eric Bos, Ed Hendriks, Ben Heijnen en Hannie Huber (2013), Gezond wandelen. Praktisch handboek over de wandelsport. Arko Sports Media, Nieuwegein. ISBN 978-90-5472-237-3
Foto: Shutterstock.com

Publicatiedatum: 05-12-2014